06 22 750 867 [email protected]

KinderalimentatiePer 1 april 2013 zijn een aantal belangrijke wijziging van kracht geworden in de Tremanormen (officieel Rapport alimentatienormen genoemd). Daardoor moet uw bestaande afspraak over kinderalimentatie mogelijk worden bijgesteld.  Welke aanpassingen zijn er en zijn deze ook op u van toepassing? Dat leest u hier.

De kinderalimentatie wijziging per 1 april 2013 is van toepassing op alle nieuwe alimentatieberekeningen die volgens de Tremanormen worden gemaakt. EN op herberekeningen van de kinderalimentatie als die ook op de Tremanormen dienen te worden gebaseerd. En let op. Als er naast kinder- ook partneralimentatie is afgesproken, dan is een kinderalimentatie wijziging ook direct van invloed op de partneralimentatie, hoewel die methodiek niet is aangepast.

Kinderalimentatie wijziging en draagkracht

Om te begrijpen wat er verandert een korte uitleg. Wie kinderalimentatie vaststelt aan de hand van de Tremanormen gaat uit van het inkomen en trekt daar de noodzakelijke eigen kosten vanaf. Het resultaat heet draagkracht. Berekenen we die voor beide ouders dan worden de kinderkosten vervolgens gedeeld in de verhouding van ieders draagkracht. De hoogte van de kinderkosten kan op diverse manieren worden vastgesteld, lees hoogte kinderalimentatie vaststellen.

Belangrijk om te onthouden is dat de eigen kosten van een ouder dus in hoge mate de draagkracht en daarmee zijn/haar bijdrage in de kinderkosten bepaald.

Omgangsregelingskosten wordt zorgkorting

Voorheen was het zo dat er een vast bedrag per dag per kind van € 5 mocht worden berekend als deel van de kosten voor de ouder die omgang had, dus niet de hoofdverzorger was. Dat is nu omgezet in een vast percentage van de kinderkosten. Afhankelijk van de mate waarin wordt gezorgd worden de volgende percentages toegepast:

  • Gemiddeld 1 dag per week zorg: 15%
  • Gemiddeld 2 dagen per week zorg: 25%
  • Gemiddeld 3 dagen per week zorg: 35%

Opvallend is hierbij dat bij een zorgverdeling die bijna of helemaal 50/50 is, oftewel co-ouderschap, de zorgkorting 35% is, waar je in feite 50% zou verwachten. Hoe groot de verschillen verder zijn met de oude regeling is sterk afhankelijk van de individuele situatie, maar zullen bij een meer gelijkwaardige zorgverdeling mogelijk scheef uitpakken.

Overigens levert co-ouderschap een situatie op die door de Werkgroep Alimentatienormen (die de Tremanormen maakt) slechts zijdelings wordt genoemd. Deze moderne vorm van zorgverdeling vereist daarom eigenlijk altijd een andere aanpak dan via de Tremanormen.

Normbedrag voor de kosten

Wat voor de zorgkorting geldt is in nog hogere mate van toepassing op de overige kosten die bepalend zijn voor de draagkracht. Werd voorheen naast de bijstandsnorm de werkelijke woonlast en de werkelijke ziektekosten meegenomen, nu wordt daarvoor een vast bedrag van € 850 gehanteerd. Dat bedrag is gebaseerd op de bijstandsnorm voor alleenstaanden (€ 925) en gecorrigeerd voor de daarin opgenomen woonlasten van € 219 en de ziektekostencomponent van € 35. Vervolgens wordt daarbij opgeteld € 125 zorgpremie en € 54 onvoorzien.

Dat de bijstandsnorm als uitgangspunt wordt gehanteerd is niet nieuw, dus laten we dat accepteren. Iemand heeft op deze manier in ieder geval dat bedrag voor de normale dagelijkse zaken als eten en drinken, gas water licht, verzekeringen, kleding, etc. Over de andere aanpassingen kun je twisten.

Zorgpremies bijvoorbeeld verschillen nogal. Stel dat je in werkelijkheid meer betaald, dan lijkt je draagkracht redelijk, maar is in feite niet de waarheid. Een premie van € 150 is geen uitzondering, plus eigen risico van € 350 p.j. oftewel € 29 p.m., dan zijn de kosten bijna € 180. Wie betaalt die € 55 per maand…?
Andersom zijn de verschillen vaak nog groter. Iemand met een laag inkomen zal een goedkope verzekering afsluiten en zorgtoeslag ontvangen.  Ben je dan ook niet of nauwelijks ziek heb je ook geen eigen risico kosten. Stel je betaalt € 100 premie en krijgt het maximum van € 88 zorgtoeslag, dus zijn de ziektekosten maar € 12 en wordt met € 113 teveel kosten gerekend!

Zo is het ook met de post “onvoorzien” van € 54. De norm zegt dat deze bij lagere inkomens buiten beschouwing kan worden gelaten. Maar wanneer wel en niet? En wat is onvoorzien?

Woonlasten 30%

Nog gekker wordt het bij de woonlasten. Die worden vastgesteld op 30% van het besteedbaar inkomen. U kunt zich voorstellen dat niemand precies op die norm zit. Bovendien is er lang niet altijd een keuze. Bijvoorbeeld omdat één van beide in het (niet te verkopen) eigen huis blijft wonen met alle kosten van dien. Of iemand besluit tijdelijk bij zijn ouders te gaan wonen en heeft juist helemaal geen kosten. Om maar wat extremen te noemen.

Altijd draagkracht

Bijzonder aan de nieuwe regels is, dat wordt gesteld dat iedereen altijd draagkracht heeft. Wat de uitkomst van de berekening ook is, iedereen heeft tenminste € 25 bij één kind en € 50 bij twee of meer. Voor mensen die op bijstandsniveau zitten is dat gewoon niet reëel. Het uitgangspunt is wel goed, dat ieder iets aan de kinderen bijdraagt. Maar als je al niks hebt en/of de ander heeft veel ruimte over, dan is dit niet redelijk.

Aanvaardbaarheidstoets

Er is wel een ontsnappingsclausule uit deze soms iets te ver doorgevoerde standaardiseringsslag. De aanvaardbaarheidstoets. Daarbij is gesteld dat een onaanvaardbare situatie kan ontstaan als iemand zijn eigen noodzakelijk onderhoud niet meer kan betalen of minder dan 90% van de bijstand overhoudt. Opvallend is dat het dus WEL aanvaardbaar is als de verhouding vanwege de standaardisering van de bedragen erg scheef uitpakt! Dan is een beroep op de onaanvaardbaarheid niet mogelijk.

Kinderalimentatie en Partneralimentatie

In het “oude” systeem was de berekening van de draagkracht voor beide soorten alimentatie, voor de kinderen en de ex-partner, gelijk. Nu kan het echter voorkomen dat er geen geld is om voor de kinderen te betalen, maar wel voor de partner! Dat lijkt een onwenselijke situatie.

De nieuwe norm en de rechter

Kennelijk zijn wij niet de enigen die de nieuwe norm niet klakkeloos overnemen. In een recente uitspraak heeft ook de rechter bepaald dat de werkelijke in plaats van de normatieve woonlast moest worden meegeteld in de berekening. En zo hoort het ook te zijn. De Tremanormen zijn een goed hulpmiddel, een handvat voor standaard situaties. Maar als dat oneerlijk uitpakt dient u EN de rechterlijke macht daar niet  blind in mee te gaan.

Uw hulp: De Raadgever bij Scheiden

Duizelt het u al? Dat is niet zo vreemd. Er is een lastige nieuwe systematiek geïntroduceerd die vooral tot doel lijkt om het de advocaten makkelijker te maken omdat er minder gerekend hoeft te worden, maar die ook tot veel discussie en mogelijk rechtszaken kan leiden. Niet in uw belang.

Gelukkig zijn er scheidingsbemiddelaars zoals de Raadgever, die de normen kennen en u kunnen uitleggen wat de uitkomsten betekenen. EN die in staat zijn om u te helpen een afspraak te maken die in uw beider situatie passend is en recht doet aan ieders belang. Daarbij kunnen de Tremanormen een rol spelen en als uitgangspunt dienen, maar wij zullen altijd verder kijken dan de regeltjes. De focus ligt op goede afspraken voor de toekomst!

Pin It on Pinterest

Shares
Share This
WhatsApp chat